wpd7a59b08_0f.jpg
wp90174f5b.png
wpb19ca941.png
wp0c308dcf.png
wpcc6d2771.png
wpf66f1438.png
wp0513dab8.png
wp09143b63.png
wp70f4a18b.png
wp085606bc.png
wp247e7428.png
wpb69c09e1.png
wpadf4adf1.png
wp6b9abc37.png
wpa243df74.png
wpc42a7c73.png

Wijnstok niet kieskeurig
De wijnstok groeit op veel verschillende bodems, kiezel, zand, klei, leisteen etc. De wijnen van die diverse ondergronden zijn allen verschillend maar kunnen ook allen zeer goed zijn. Van belang is dat er genoeg voeding, lucht en vocht in de bodem aanwezig is. Zware en natte gronden zijn niet geschikt en moeten luchtiger gemaakt worden. Ook veengrond is niet geschikt, die is te zuur. De pH moet ongeveer tussen 6 en 7 liggen. Hoe meer klei er in de grond aanwezig is, hoe hoger de optimale pH.
Druiven houden niet van natte voeten. Waar water aanwezig is kan zich geen lucht bevinden. Hoewel altijd beweerd wordt dat de wortels van de wijnstok zeer diep gaan zal dit in Nederland niet gebeuren. Over het algemeen bevat de bovengrond voldoende mineralen en zeker voldoende water. De wortels zullen zich voornamelijk in de bovenste 100 cm van de bodem bevinden. 

De watervoorziening zal in Nederland normaal gesproken geen probleem zijn. Er valt jaarlijks gemiddeld 700 - 800 mm neerslag terwijl de wijnstok al met 500 mm tevreden is. Te veel regen in september oktober kan funest zijn. De bessen nemen dan zeer veel vocht op. De smaakstoffen en suikers worden verdund, bovendien kunnen de bessen van sommige rassen gaan barsten omdat de schil niet snel genoeg met het vruchtvlees mee kan groeien. 

Druiven plant je aan voor tientallen jaren. Dit betekent dat de bodem in optimale conditie moet zijn als je gaat planten. Dit geldt niet alleen voor de beschikbaarheid van meststoffen - de chemische vruchtbaarheid - maar nog sterker voor de fysische vruchtbaarheid: de waterhuishouding, humusgehalte, beschikbare zuurstof. Omdat de wijnstok geen extreme eisen stelt aan de standplaats zijn vele gronden geschikt: zandgrond, kleigrond, leemgrond en lössgrond. Veengrond is vanwege het zure karakter minder geschikt. De pH waarbij de druif zich lekker voelt, ligt tussen 6 - 7. Het humusgehalte voor wijnbouw moet rond de 2 - 2.5 % liggen.

 

Grondsoorten

Zandgrond is meestal schraal, weinig voeding en/of humus. Een grondonderzoek is zonder meer noodzakelijk om te beoordelen hoe de grond verbeterd moet worden. Kleigrond bevat meestal veel meer voeding die ook goed vastgehouden wordt. Zware klei is soms een probleem, deze is moeilijk te bewerken en is niet altijd goed waterdoorlatend. Een dichte onderlaag (komt bijvoorbeeld voor bij komklei) houdt het vocht tegen waardoor de planten met de voeten in het water staan. Waar water zit, bevindt zich geen zuurstof zodat de wortels verstikken. Bij hevige regen slaan zware kleigronden snel dicht waardoor er weinig lucht overblijft. Zware gronden zijn lichter te maken door in de bovenlaag zand, grind en humus aan te brengen. Ook ouderwetse stalmest met veel stro zorgt voor naast de bemesting voor een goede verluchting.

Waterafvoer
Natte voeten komt ook wel eens voor bij heftige regenval. Eind jaren '90 viel er in het Westland in de herfst zoveel regen dat de laaggelegen delen volledig blank kwamen te staan. Indien van korte duur is dit geen probleem. Dit geldt ook voor kwelwater wat in de buurt van de grote rivieren op kan treden. Door de hoge waterstanden komt er water onder de dijk door waardoor de grondwaterstand tijdelijk boven maaiveld komt te liggen. Meestal duurt dit maar een week en levert dan geen schade op voor de wijnstok.

In het algemeen zijn natte gronden niet optimaal voor druiventeelt. De grond warmt in de lente minder snel op wat een vertraagd uitlopen tot gevolg heeft. Door te weinig zuurstof zullen de wortels slecht groeien en voedsel opnemen. Probeer uit te vinden met welke grond je te maken hebt.

Indien nodig kan door middel van drainage de afwatering verbeterd worden. Men legt dan geperforeerde buizen omgeven door een filter van kokos of kunststof in de grond. De slangen komen op een diepte van ca. 0.5 - 1 m, in een zandbed en met een afschot van 1 %. Dit betekent dat de buis per strekkende meter 1 cm afloopt. Je begint dus op het hoogste punt van het perceel en legt de buizen richting greppel of sloot. Een dichte ondoordringbare laag kan het best op diverse punten doorboord worden. De gaten vullen met zand of grind. In een kleine wijngaard in de tuin kan men door het graven van kleine greppels de afwatering verbeteren. Maak smalle sleuven van 25 - 50 cm om de 1,5 m die naar een grotere greppel of sloot lopen. Je vormt op die manier een aantal verhoogde bedden waarop de druiven komen te staan. De greppels kunnen dan ook als paden dienst doen.


Grondonderzoek
Voor de aanplant van een grote wijngaard is het zeker verstandig om de grond te laten onderzoeken. Er zijn in Nederland diverse instituten die bodemmonsters kunnen beoordelen op humus-gehalte, pH, mineralengehalte etc. Het probleem is alleen dat ze weinig ervaring hebben met de streefwaarden voor wijnbouw. Er wordt dan ook vaak een bemestingsadvies gegeven voor vollegronds tuinbouw of fruitteelt. Indien de gehanteerde streefwaarden vermeld zijn, is de hoeveelheid meststof eenvoudig om te rekenen met behulp van nevenstaande streefwaarden.

 

Gaia bodemonderzoek, Postbus 148, 3940 AC Doorn, 03435 - 31233, www.gaiabodem.nl


Koch Bodemtechniek / Eurolab, Postbus 21, 7400 AA Deventer, 0570 - 502010,
www.eurolab.nl
 

 

wp5ff9b4cb.png
wp9f485a3c.png
wpe7a29a6b.png
wp293a0874.png

Streefwaarden P, K en Mg voor wijnbouw

 

lichte bodem

middelzware bodem

zware bodem

Fosfor

mg/100 gr.

15 - 25

15 - 25

15 - 25

Kalium
mg/100 gr.

15 - 20

16 - 25

26 - 39

Magnesium
mg/100 gr.

11 - 15

13 - 20

15 - 20

wpf6270f95.png